Een belangrijk motief om aandeelhouder van een vennootschap te worden, is de winstuitkering die men kan ontvangen. Een vennootschap mag echter niet zomaar overgaan tot winstuitkering. Dit komt doordat het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen strenge regels oplegt om de belangen van de vennootschap en haar schuldeisers te beschermen. Deze regels verschillen naargelang de rechtsvorm van de vennootschap. In deze uiteenzetting bespreken we de verplichtingen voor een NV en een BV.
Winstuitkering in de NV
Winstuitkering kan op verschillende manieren gebeuren in de NV. Ten eerste zijn er de gewone dividenden waarover de jaarvergadering beslist[1]. Er wordt dan de netto-actieftest uitgevoerd. Dit bepaalt dat een vennootschap enkel een uitkering aan de aandeelhouders mag doen wanneer het (gecorrigeerd) netto-actief na de uitkering minstens gelijk blijft aan het gestorte kapitaal vermeerderd met de onbeschikbare reserves. Het gecorrigeerde netto-actief wordt berekend door het totaal actief te verminderen met schulden, voorzieningen, niet-afgeschreven kosten van oprichting en de kosten van uitbreiding, onderzoek en ontwikkeling.
Verder kan er ook een tussentijds dividend worden uitgekeerd. Hierbij beslist de algemene vergadering van aandeelhouders op een ander moment dan de jaarvergadering over de uitkering. Hierbij zal op basis van de laatst goedgekeurde jaarrekening eveneens de netto-actieftest worden uitgevoerd. Het nadeel is dat er geen rekening gehouden wordt met recente verliezen of winsten. Dit komt omdat deze niet opgenomen zijn in de laatst goedgekeurde jaarrekening.
Ten slotte kan er in de statuten aan het bestuur bevoegdheid verleend worden om een interimdividend uit te keren.[2] Het dividend is gebaseerd op het resultaat van het lopende boekjaar of het vorige boekjaar indien dit nog niet is goedgekeurd, vermeerderd met de overgedragen winst of het overgedragen verlies. Een commissaris moet bovendien controleren of de winst volstaat om een interimdividend uit te keren. Ook moet deze hiervan een beoordelingsverslag opmaken. Het besluit van het bestuur om over te gaan tot uitkering moet vervolgens binnen twee maanden na dit verslag genomen worden.
Een belangrijke opmerking bij de NV is dat men rekening dient te houden met de wettelijke reserve die jaarlijks aangevuld moet worden.[3] Dit komt neer op 5% van de winst tot de reserve bestaat uit een tiende van het kapitaal.
Hoe werkt de uitkering bij de BV?
Een belangrijk verschil tussen de NV en de BV is dat er bij de BV geen sprake meer is van kapitaal. In de BV wordt er verwezen naar de inbreng. Omdat er geen kapitaal is, bestaat er geen verplichting om jaarlijks de wettelijke reserves aan te vullen.
Ook hier kan de algemene vergadering op de jaarvergadering beslissen over de uitkering van dividenden, maar de controle over de mogelijkheid om over te gaan tot uitkering is anders dan bij de NV. Eerst vindt er een balanstest plaats. Daarbij wordt er gecontroleerd of er al dan niet voldoende gecorrigeerd netto-actief aanwezig blijft in de vennootschap na de uitkering. Deze berekening stemt overeen met die van de NV. Ook hier baseert men zich op de laatst goedgekeurde jaarrekening of een meer recente staat van activa en passiva die werd opgesteld door een commissaris.
Vervolgens moet er door het bestuur een liquiditeitstest worden uitgevoerd, waarbij het controleert of de vennootschap ten minste twaalf maanden na de uitkering redelijkwijs in staat zal blijven om haar schulden te voldoen die opeisbaar worden gedurende die periode.[4] Hiervan dient het bestuur een verslag op te maken.
Sancties bij niet-naleving
Indien de wettelijke verplichtingen inzake uitkeringen niet worden nageleefd, riskeren de bestuurders bestuurdersaansprakelijkheid.[5] De uitkering kan ook teruggevorderd worden van de aandeelhouders en ook hier moet men een onderscheid maken tussen de NV en de BV. Bij de NV kan enkel de terugstorting van de aandeelhouders gevorderd worden wanneer de aandeelhouders te kwader trouw waren.[6] Dit is het geval wanneer ze wisten of behoorden te weten dat de uitkering foutief was. Bij de BV wordt er geen onderscheid gemaakt tussen goede of kwade trouw. In de BV kan de uitkering in elk geval teruggevorderd worden wanneer deze foutief was.[7]
Besluit
Een winstuitkering vereist steeds een voorafgaande analyse van de financiële situatie van de vennootschap. In de NV zal de netto-actieftest ervoor zorgen dat het vermogen van de vennootschap intact blijft. Hierdoor worden schuldeisers beschermd. Bij de BV geldt er nog een bijkomende liquiditeitstest. Daarbij wordt gecontroleerd of de vennootschap zal kunnen voldoen aan de schuldvorderingen die het komende jaar opeisbaar worden. Deze verplichtingen zorgen ervoor dat de vennootschap verantwoord omgaat met uitkeringen. Indien deze regels niet nageleefd worden, gelden er strenge sancties.
[1] Art. 7:212 WVV
[2] Art. 7:213 WVV
[3] Art. 7:211 WVV
[4] Art. 5:143 WVV
[5] Art. 5:144, lid 1 WVV
[6] Art. 7:214 WVV
[7] Art. 5:144, lid 2 WVV
Zele, 17 maart 2026