bouwrecht

Het verbod op financiële onderaanneming in de bouwsector.

Onderaanneming is in de bouwsector al jaren de norm. Een aannemer neemt een opdracht aan en besteedt onderdelen ervan uit aan gespecialiseerde onderaannemers. Dat is juridisch toegestaan en economisch zinvol. Maar wat als een onderaannemer de volledige opdracht op zijn beurt doorgeeft aan een andere onderaannemer, en zelf enkel de coördinatie behoudt? Die praktijk, ook wel “financiële onderaanneming” genoemd, is sinds 1 januari 2025 verboden.[1]

Wat veranderde er precies?

De wet van 15 mei 2024 houdende wijziging van het sociaal strafrecht en diverse arbeidsrechtelijke bepalingen voerde in artikel 147 een nieuw verbod in.[2] Een onderaannemer mag de volledige uitvoering van de aan hem toevertrouwde opdracht niet langer volledig doorschuiven naar een andere onderaannemer. Evenmin mag hij uitsluitend de coördinatie behouden terwijl alle materiële werken worden uitbesteed.[3]

Het verbod geldt in drie sectoren: de bouwsector (werken in onroerende staat), de vleesnijverheid en de verhuissector.[4]

Belangrijk om te begrijpen is dat het verbod enkel van toepassing is vanaf de eerste onderaannemer in de keten. De hoofdaannemer (die zich rechtstreeks tegenover de opdrachtgever verbindt) mag de volledige opdracht nog steeds uitbesteden. Het is de eerste onderaannemer, en iedere volgende schakel, die zelf een deel van de werken moet uitvoeren.[5]

Hoeveel moet een onderaannemer zelf uitvoeren?

De wet legt geen exact percentage vast, maar uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat het volstaat dat de onderaannemer een klein deel (zelfs maar 1%) van de materiële werken zelf uitvoert, bovenop de eventuele coördinatie.[6] Louter coördineren is dus niet voldoende: er moet ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Die zogenoemde “1%-regel” is geen wettelijke norm, maar een richtsnoer dat in de praktijk door inspectiediensten en rechtbanken zal moeten worden ingevuld.[7]

Zware sancties

Wie het verbod overtreedt, riskeert een sanctie van niveau 4 uit het Sociaal Strafwetboek.[8]

Dat is het zwaarste sanctieniveau en omvat:

  • een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar én/of een strafrechtelijke geldboete van 600 EUR tot 7.000 EUR (te vermenigvuldigen met het aantal betrokken werknemers, tot maximum 100);
    (voor rechtspersonen wordt de gevangenisstraf omgezet in een geldboete van 3000 EUR tot 72.000 EUR)
  • ofwel een administratieve geldboete van 300 EUR tot 3.500 EUR (eveneens vermenigvuldigbaar).

De geldboetes worden bovendien vermenigvuldigd met de geldende opdeciemen. Sinds 1 februari 2026 bedraagt die vermenigvuldigingsfactor 10, waardoor de strafrechtelijke geldboete in de praktijk kan oplopen tot 70.000 EUR en de administratieve geldboete tot 35.000 EUR, telkens te vermenigvuldigen met het aantal betrokken werknemers (tot maximum 100).

Daarbovenop kunnen bijkomende sancties worden opgelegd, zoals een exploitatieverbod, een beroepsverbod of uitsluiting van overheidsopdrachten.[9]

Wat betekent dit voor uw onderneming?

Ondernemingen die actief zijn als tussenschakel in onderaannemingsketens en die tot nu toe enkel de coördinatie verzorgden zonder zelf werken uit te voeren, zullen hun businessmodel moeten herzien. Mogelijke oplossingen zijn het zelf in dienst nemen van personeel om een deel van de uitvoering op zich te nemen, of het contractueel rechtstreeks verbinden van de lagere onderaannemers met de hoofdaannemer, waarbij men naast coördinatie ook zelf uitvoerend optreedt.[10]

Het verbod geldt ook voor intra-groep onderaanneming: ook binnen een groep van vennootschappen moet iedere onderaannemer zelf een deel van de werken uitvoeren.[11]

Conclusie

De wet van 15 mei 2024 pakt een concrete misbruikpraktijk aan: de zogenoemde financiële of louter coördinerende onderaannemer die als doorgeefluik fungeert zonder reële toegevoegde waarde. Het verbod is ambitieus, maar roept ook vragen op over de invulling in de praktijk. De 1%-regel biedt enige duidelijkheid, maar rechtsonzekerheid blijft bestaan zolang de sociale inspectie en rechtbanken zich niet over concrete gevallen hebben uitgesproken.[12] Voor ondernemers in de bouwsector is het in elk geval aangewezen om hun contractuele verhoudingen in de onderaannemingsketen kritisch tegen het licht te houden.


[1] Art. 147 wet van 15 mei 2024 houdende wijziging van het sociaal strafrecht en diverse arbeidsrechtelijke bepalingen, BS 21 juni 2024; T. DRIESSE, ‘Nieuwe bepalingen over de beperking van onderaanneming in de bedrijfssectoren bouw, vleesnijverheid en verhuizing’, SOCWEG 2024, afl. 9, 33.

[2] Ibid.

[3] D. PETOSA, B. STROOBANTS en K. VAN HERREWEGHE, ‘Het verbod op financiële onderaanneming in de bouwsector’, Lydian 13 maart 2025, 1.

[4] Art. 148 e.v. wet van 15 mei 2024, T. DRIESSE, ‘Nieuwe bepalingen over de beperking van onderaanneming in de bedrijfssectoren bouw, vleesnijverheid en verhuizing’, SOCWEG 2024, afl. 9, 34; D. PETOSA, B. STROOBANTS en K. VAN HERREWEGHE, ‘Het verbod op financiële onderaanneming in de bouwsector’, Lydian 13 maart 2025, 1.

[5] Art. 145, 7° wet van 15 mei 2024; D. PETOSA, B. STROOBANTS en K. VAN HERREWEGHE, ‘Het verbod op financiële onderaanneming in de bouwsector’, Lydian 13 maart 2025, 2.

[6] Parl. St. Kamer 2023-2024, doc. 3914/005, 24; G. VANKERSSCHAEVER, ‘Een einde aan ellenlange onderaannemingsketens? Het verbod op “financiële onderaanneming” in de wet van 15 mei 2024’, SOCWEG 2025, afl. 4, 21.

[7] G. VANKERSSCHAEVER, ‘Een einde aan ellenlange onderaannemingsketens? Het verbod op “financiële onderaanneming” in de wet van 15 mei 2024’, SOCWEG 2025, afl. 4, 22.

[8] Art. 184/1/5 Sociaal Strafwetboek, ingevoegd door art. 147 wet van 15 mei 2024; D. PETOSA, B. STROOBANTS en K. VAN HERREWEGHE, ‘Het verbod op financiële onderaanneming in de bouwsector’, Lydian 13 maart 2025, 5.

[9] Ibid.

[10] Parl. St. Kamer 2023-2024, doc. 3914/005, 9; G. VANKERSSCHAEVER, ‘Een einde aan ellenlange onderaannemingsketens? Het verbod op “financiële onderaanneming” in de wet van 15 mei 2024’, SOCWEG 2025, afl. 4, 22.

[11] D. PETOSA, B. STROOBANTS en K. VAN HERREWEGHE, ‘Het verbod op financiële onderaanneming in de bouwsector’, Lydian 13 maart 2025, 2.

[12] G. VANKERSSCHAEVER, ‘Een einde aan ellenlange onderaannemingsketens? Het verbod op “financiële onderaanneming” in de wet van 15 mei 2024’, SOCWEG 2025, afl. 4, 22.

Zele, 19 mei 2026

Het verbod op financiële onderaanneming in de bouwsector.

Onderaanneming is in de bouwsector al jaren de norm. Een aannemer neemt een opdracht aan en besteedt onderdelen ervan uit aan gespecialiseerde onderaannemers. Dat is juridisch toegestaan en economisch zinvol. Maar wat als een onderaannemer de volledige opdracht op zijn...

Prijsherziening in de bouw: juridische grenzen in tijden van stijgende kosten

De sterke stijging van bouwmaterialen en loonkosten heeft heel wat aannemers ertoe aangezet om hun contracten te herbekijken. Steeds vaker duiken clausules zoals prijsherziening op in algemene voorwaarden. Die clausules laten toe om de prijs tijdens de uitvoering van de...

Winstuitkering in een NV en BV uitgelegd.

Een belangrijk motief om aandeelhouder van een vennootschap te worden, is de winstuitkering die men kan ontvangen. Een vennootschap mag echter niet zomaar overgaan tot winstuitkering. Dit komt doordat het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen strenge regels oplegt om de...