Contractenrecht

Boek 7 BW is een feit: wat de hervorming van het contractenrecht betekent ondernemingen.

Op 16 juli 2026 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers eenparig het wetsvoorstel goedgekeurd tot invoeging van Boek 7 “Bijzondere contracten” in het Burgerlijk Wetboek. Met de invoering van Boek 7 BW wordt na jaren voorbereiding een volgende, cruciale steen op zijn plaats gelegd in de hercodificatie van het Burgerlijk Wetboek die in 2019 werd ingezet.

Voor elke onderneming die koopt, verkoopt, verhuurt, diensten afneemt of aanneemt — met andere woorden: voor zowat elke onderneming — verdient dit nu al aandacht, ook al moet de tekst nog in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd en in werking treden.

Sinds 1 januari 2023 gelden Boek 1 “Algemene bepalingen” en Boek 5 “Verbintenissen” van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, ingevoerd bij wet van 28 april 2022. Boek 5 herschreef het gemeen verbintenissenrecht: de basisregels die voor élk contract gelden. Boek 7 bouwt daarop voort en herschrijft de regels voor de bijzondere contracten: koop-verkoop, huur, dienstencontracten (waaronder aanneming en lastgeving), kanscontracten en de dading.

Wie vandaag algemene voorwaarden, een aannemingsovereenkomst, een dienstencontract of een handelshuurovereenkomst gebruikt, werkt met bepalingen die door Boek 7 direct worden geraakt.

A. De belangrijkste wijzigingen.

    1. Eén uniform conformiteitsbegrip.

    Boek 7 voert voor koop, huur én dienstencontracten een gemeenschappelijk begrip “conformiteit” in, gekoppeld aan telkens vergelijkbare waarborg-, kennisgevings- en verjaringstermijnen. De aparte figuur van “verborgen gebreken” verdwijnt niet, maar wordt in dit uniforme kader ingepast. Concreet: een goed of een dienst moet beantwoorden aan wat redelijkerwijze mag worden verwacht, rekening houdend met de redelijke levensduur ervan — dat laatste element werd tijdens de parlementaire behandeling nog verduidelijkt op vraag van de distributiesector.

    2. Een algemene vervaltermijn.

    Er komt een absolute bovengrens van tien jaar en drie maanden op de verlenging van verjaringstermijnen bij conformiteitsgebreken, ook wanneer de termijn door een schorsingsgrond zou zijn opgeschort. Deze cap kwam er op vraag van de bouwsector, die anders geconfronteerd dreigde te worden met eindeloos verlengbare aansprakelijkheid.

    3. Herstructurering van de contracttypes.

    Bewaargeving verdwijnt als afzonderlijk contract; bruikleen wordt ondergebracht bij huur. Aanneming, bewaargeving en lastgeving worden samengebracht onder één gemeenschappelijke regeling voor dienstencontracten, met voor lastgeving enkele specifieke afwijkingen omwille van het intuitu personae-karakter ervan.

    4. Risico-overdracht gekoppeld aan levering.

    Artikel 5.80 BW wordt aangepast: het risico gaat voortaan over bij de levering, niet langer automatisch bij de eigendomsoverdracht. De oude regel res perit domino (het risico is voor de eigenaar) wordt vervangen door res perit debitori als algemene regel. De juridische positie van verkopers van goederen wordt dus versterkt.

    5. Eenvoudigere dading.

    Regels die louter het gemeen recht herhaalden, worden geschrapt; tegelijk sluit de dading nietigheid, prijsvermindering, ontbinding en rechtsdwaling op grond van loutere kennisgeving uit, om de rechtszekerheid van een eenmaal gesloten dading te vrijwaren — relevant voor elke onderneming die geschillen via een minnelijke regeling afsluit.

    6. Eén definitie van “onderneming”.

    Artikel 1.13 BW krijgt een uniforme definitie van het begrip onderneming, die voortaan doorheen het volledige Burgerlijk Wetboek consequent wordt gebruikt.

    7. Lening: (nog) niet mee opgenomen.

    Titel 5 over de lening van een vervangbaar goed (met name de geldlening) is in de goedgekeurde tekst nog niet opgenomen. Deze bepalingen maken het voorwerp uit van een apart wetsvoorstel dat later alsnog in Boek 7 zal worden ingevoegd.

    C. Wanneer treedt dit in werking, en wat betekent dit nu al voor u?

    De tekst moet nog worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad zodat de datum van inwerkingtreding nog niet is geweten.

    Bij de eerdere boeken van het nieuwe Burgerlijk Wetboek gold telkens een overgangstermijn tot de eerste dag van de zesde maand na publicatie.

    Belangrijk om nu al te weten: net zoals bij Boek 5 zal Boek 7 in beginsel enkel gelden voor overeenkomsten gesloten na de inwerkingtreding. Contracten die u vóór die datum sluit, blijven in principe onder het huidige recht vallen.

    Dat betekent echter niet dat u kunt afwachten: wie nu algemene voorwaarden, raamovereenkomsten of modelcontracten opstelt die na de inwerkingtreding nog gebruikt zullen worden, doet er goed aan deze tijdig te laten nazien en aanpassen. Denk in het bijzonder aan: verkoop- en leveringsvoorwaarden (conformiteit, risico-overdracht, garantietermijnen); huurovereenkomsten, met bijzondere aandacht voor de nieuwe regels rond bruikleen; aannemings- en dienstenovereenkomsten, waar de geharmoniseerde conformiteits- en termijnregeling rechtstreeks doorwerkt; dadingsovereenkomsten bij de afwikkeling van geschillen of schikkingen.

    Het volledige wetgevingstraject is publiek raadpleegbaar via de website van de Kamer van volksvertegenwoordigers (dekamer.be) en via de overzichtspagina “Hervorming Burgerlijk Wetboek” van de FOD Justitie (justitie.belgium.be).

    Zele, 30 juli 2026

    Boek 7 BW is een feit: wat de hervorming van het contractenrecht betekent ondernemingen.

    Op 16 juli 2026 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers eenparig het wetsvoorstel goedgekeurd tot invoeging van Boek 7 “Bijzondere contracten” in het Burgerlijk Wetboek. Met de invoering van Boek 7 BW wordt na jaren voorbereiding een volgende, cruciale steen op...

    Boek 6 BW en bestuurdersaansprakelijkheid: meer risico, maar ook meer bescherming?

    Op 1 januari 2025 trad Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in werking, dat het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht grondig hervormt.[1] Eén van de meest besproken gevolgen is de afschaffing van de zogenaamde quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent.[2] Dit roept belangrijke vragen op...

    Borg staan voor uw vennootschap: de nieuwe regels.

    Als bestuurder wordt u bij het afsluiten van een bedrijfskrediet doorgaans gevraagd om zich persoonlijk borg te stellen voor de schulden van uw vennootschap. Borgstelling speelt hierbij een belangrijke rol. Op 1 januari 2026 trad daarvoor een volledig vernieuwd wettelijk...