Contractenrecht

Borg staan voor uw vennootschap: de nieuwe regels.

Als bestuurder wordt u bij het afsluiten van een bedrijfskrediet doorgaans gevraagd om zich persoonlijk borg te stellen voor de schulden van uw vennootschap. Borgstelling speelt hierbij een belangrijke rol. Op 1 januari 2026 trad daarvoor een volledig vernieuwd wettelijk kader in werking[1]. Wat veranderde er precies en waar moet u op letten?

Wat is een borgstelling?

Bij een borgstelling verbindt u zich er persoonlijk toe om de schulden van uw vennootschap te betalen als die zelf in gebreke blijft. Uw privévermogen staat op het spel: uw woning, uw spaargeld, uw bezittingen. De nieuwe wet geldt enkel voor borgstellingen afgesloten ná 1 januari 2026. Op eerder aangegane borgstellingen blijft het oude recht van toepassing[2].

Wat veranderde er concreet voor u als bestuurder?

De nieuwe wet brengt een aantal beschermingen mee die gelden voor elke borg, dus ook voor de bestuurder.

Bij twijfel over de draagwijdte van uw borgstelling wordt die voortaan uitgelegd in uw voordeel[3]. Bovendien wordt elke persoonlijke zekerheid vermoed een borgtocht te zijn, tenzij de schuldeiser uitdrukkelijk aantoont dat iets anders werd overeengekomen[4]. Onduidelijke clausules kunnen de schuldeiser dus niet baten.

Nieuw is ook dat de schuldeiser die de hoofdschuldenaar in gebreke stelt, u als borg hier tegelijk van op de hoogte moet brengen[5]. Zo bent u als borg steeds op de hoogte van de stand van zaken en wordt u niet overvallen door een aansprakelijkheidsvordering.

Daarnaast is bij een borgstelling voor alle huidige en toekomstige schulden van uw vennootschap een maximumbedrag voortaan verplicht[6]. Vermeldt het contract geen maximumbedrag, dan bent u enkel gehouden voor schulden die al bestonden op het moment van ondertekening, niet voor alles wat de vennootschap nadien nog opbouwt. Zonder dat plafond kan uw aansprakelijkheid als borg onbeperkt oplopen.

Een borgstelling zonder einddatum kunt u bovendien te allen tijde eenzijdig opzeggen mits een opzeggingstermijn van 45 dagen, tenzij een kortere termijn is overeengekomen[7]. Dat is nuttig wanneer u bijvoorbeeld uw mandaat als bestuurder neerlegt of uw participatie overdraagt, situaties waarin u geen belang meer heeft bij de vennootschap maar nog steeds borg zou staan.

Tot slot voorziet de nieuwe wet een bescherming voor uw erfgenamen. Overlijdt u terwijl de borgstelling nog loopt, dan staan zij enkel in voor schulden die bestonden op het moment van uw overlijden[8]. Latere schulden vallen buiten hun aansprakelijkheid.

En als uw vennootschap toch failliet gaat?

Ook onder het nieuwe recht blijft de mogelijkheid bestaan om bij de ondernemingsrechtbank een gehele of gedeeltelijke bevrijding te vragen wanneer het bedrag van de borgstelling kennelijk niet in verhouding staat tot uw terugbetalingsmogelijkheden[9]. Wie als bestuurder of meerderheidsaandeelhouder het beleid van de vennootschap mee bepaalde, komt echter niet in aanmerking voor deze bevrijding: die persoon wordt geacht zelf voordeel te hebben gehad bij de krediettoekenning[10].

Conclusie

Een borgstelling is een ernstige verbintenis met verstrekkende gevolgen voor uw privévermogen. De nieuwe wet brengt ook voor de bestuurder concrete verbeteringen: een verplicht maximumbedrag, een opzeggingsmogelijkheid en bescherming voor uw erfgenamen. Toch blijven de gevolgen van een borgstelling zwaar en moeilijk ongedaan te maken. Laat borgstellingsdocumenten dan ook steeds nalezen vóór u tekent.


[1] wet van 5 juni 2025 houdende titel 1 ‘Persoonlijke zekerheden’ van boek 9 ‘Zekerheden’ van het Burgerlijk Wetboek, BS 11 juli 2025, 56504.

[2] Art.18 wet van 5 juni 2025 houdende titel 1 ‘Persoonlijke zekerheden’ van boek 9 ‘Zekerheden’ van het Burgerlijk Wetboek, BS 11 juli 2025, 56504.

[3] Art. 9.1.7 BW.

[4] Art. 9.1.11 BW.

[5] Art. 9.1.22, lid 2 BW.

[6] Art. 9.1.16, lid 2 BW.

[7] Art. 9.1.19, lid 2 BW.

[8] Art. 9.1.18, lid 1 BW.

[9] Art. XX.176 WER.

[10] A. De Bolster en K. Baluwé, “Commentaar bij art. XX.176 WER”, in S. Brijs, H. Colman, M. Debucquoy e.a. (eds.), Faillissement & Reorganisatie, Mechelen, Wolters Kluwer (OHRA), afl. 110, 15 januari 2026, randnr. 10.

Zele, 11 juni 2026

Borg staan voor uw vennootschap: de nieuwe regels.

Als bestuurder wordt u bij het afsluiten van een bedrijfskrediet doorgaans gevraagd om zich persoonlijk borg te stellen voor de schulden van uw vennootschap. Borgstelling speelt hierbij een belangrijke rol. Op 1 januari 2026 trad daarvoor een volledig vernieuwd wettelijk...

Het verbod op financiële onderaanneming in de bouwsector.

Onderaanneming is in de bouwsector al jaren de norm. Een aannemer neemt een opdracht aan en besteedt onderdelen ervan uit aan gespecialiseerde onderaannemers. Dat is juridisch toegestaan en economisch zinvol. Maar wat als een onderaannemer de volledige opdracht op zijn...

Prijsherziening in de bouw: juridische grenzen in tijden van stijgende kosten

De sterke stijging van bouwmaterialen en loonkosten heeft heel wat aannemers ertoe aangezet om hun contracten te herbekijken. Steeds vaker duiken clausules zoals prijsherziening op in algemene voorwaarden. Die clausules laten toe om de prijs tijdens de uitvoering van de...