In 2010 werd de ‘BVBA starter’ ingevoerd: een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die met één euro kapitaal kon worden opgericht. Sinds het WVV van kracht werd op 1 mei 2019, bestaan de BVBA en de S-BVBA niet meer. De besloten vennootschap (BV) heeft ze vervangen, en die heeft helemaal geen minimumkapitaal meer. Een BV oprichten met een minimale inbreng kan dus, maar het blijft niet zonder risico.
Geen minimumkapitaal, wel een toereikend aanvangsvermogen
De oprichters moeten de BV een aanvangsvermogen meegeven dat, rekening houdend met andere financieringsbronnen (bijvoorbeeld een bankkrediet of een achtergestelde lening), toereikend is voor de voorgenomen activiteit. Ze moeten dat onderbouwen in een financieel plan, dat aan de notaris wordt bezorgd. De wet bepaalt welke elementen dat plan minstens moet bevatten, zoals een geprojecteerde balans en resultatenrekening en een budget van inkomsten en uitgaven over minstens twee jaar. Meer daarover in onze blog Een sterke start vraagt een goed financieel plan.
Oprichtersaansprakelijkheid
Hier schuilt de adder onder het gras. Gaat de BV binnen drie jaar na de oprichting failliet en was het aanvangsvermogen kennelijk ontoereikend voor de normale uitoefening van de activiteit gedurende minstens twee jaar, dan kunnen de oprichters persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de vennootschap. Wie een BV opricht met een symbolische inbreng, moet dus aan de hand van het financieel plan kunnen aantonen dat die middelen, samen met de andere financiering, volstonden.
Strengere regels bij uitkeringen
Omdat er geen kapitaal meer is dat schuldeisers beschermt, gelden voor elke uitkering aan de aandeelhouders (dividend, inkoop van eigen aandelen) twee testen: de netto-actieftest en de liquiditeitstest. De vennootschap mag na de uitkering geen negatief eigen vermogen hebben, en moet haar schulden in de komende twaalf maanden kunnen blijven betalen. Bestuurders die die regels miskennen, kunnen aansprakelijk worden gesteld. Zie ook onze blog over winstuitkering in een NV en BV.
Alarmbel
Dreigt het eigen vermogen negatief te worden, of kan de vennootschap haar schulden in de komende twaalf maanden niet meer betalen, dan moet het bestuursorgaan de algemene vergadering bijeenroepen om over de toekomst van de vennootschap te beslissen. Zie onze blog over de alarmbelprocedure.
De praktijk: banken en leveranciers
Een BV met een minimale inbreng krijgt zelden krediet zonder persoonlijke borgstelling van de bestuurder of aandeelhouder. Ook leveranciers zullen een vennootschap met weinig eigen middelen kritisch bekijken en mogelijk een voorschot of zekerheid vragen. Bekijk daarom ook of een eenmanszaak niet volstaat: voor activiteiten met weinig risico kan dat goedkoper en eenvoudiger zijn. De gezinswoning kan dan worden beschermd met een verklaring van onbeslagbaarheid. Zie ook onze blog Vennootschap vs eenmanszaak.
Wat met bestaande S-BVBA’s?
Bestaande BVBA’s en S-BVBA’s zijn van rechtswege omgezet in een BV. De dwingende regels van het WVV gelden voor hen al sinds 1 januari 2020. Wie zijn statuten nog niet heeft aangepast, moet dat doen bij de eerstvolgende statutenwijziging.
Plant u de oprichting van een vennootschap? Ons kantoor helpt u bij de keuze van de rechtsvorm, de statuten en een realistisch financieel plan.
Frederic Leleux
Advocaat
Master of business law
