Arbeidsrecht

Schijnzelfstandigheid aangepakt

Schijnzelfstandigheid aangepakt

Volgens de regering doen er zich vooral in bepaalde sectoren problemen op het vlak van schijnzelfstandigheid voor.  Voortaan geldt in die sectoren voortaan een vermoeden van arbeidsovereenkomst.  Dit vermoeden is weerlegbaar, maar de zelfstandigheid moet dus bewezen worden.

Sectoren

De nieuwe wet viseert 4 sectoren waarin schijnzelfstandigheid vastgesteld kan worden:

  • de bouwsector;
  • bewakings- en toezichtsdiensten voor rekening van derden;
  • personen- en goederenvervoer voor rekening van derden;
  • schoonmaakactiviteiten.

Criteria

Indien blijkt dat meer dan de helft van volgende criteria zijn vervuld, treedt het vermoeden van arbeidsovereenkomst in werking:

  • gebrek aan enig financieel of economisch risico in hoofde van diegene die de werkzaamheden uitvoert. Dit is onder meer het geval bij gebrek aan een persoonlijke en substantiële investering in de onderneming met eigen middelen, of een persoonlijke en substantiële deelname in de winsten en de verliezen van de onderneming;
  • gebrek aan verantwoordelijkheid en beslissingsmacht aangaande de financiële middelen van de onderneming in hoofde van diegene die de werkzaamheden uitvoert;
  • gebrek aan beslissingsmacht over het aankoopbeleid van de onderneming in hoofde van diegene die de werkzaamheden uitvoert;
  • gebrek aan beslissingsmacht over het prijsbeleid van de onderneming in hoofde van diegene die de werkzaamheden uitvoert, behoudens wanneer de prijzen wettelijk zijn vastgelegd;
  • geen resultaatsverbintenis betreffende de overeengekomen arbeid;
  • garantie op betaling van een vaste vergoeding, ongeacht de bedrijfsresultaten of de omvang van de prestaties geleverd door diegene die de werkzaamheden uitvoert;
  • het zelf geen werkgever zijn van persoonlijk en vrij aangeworven personeel of het ontbreken van de mogelijkheid om voor de uitvoering van het overeengekomen werk personeel aan te werven of zich te laten vervangen;
  • het zich niet voordoen als een onderneming ten overstaan van andere personen of hoofdzakelijk of gewoonlijk voor één medecontractant werken;
  • in ruimtes werken waarvan men niet de eigenaar of de huurder is of werken met materiaal dat ter beschikking wordt gesteld, gefinancierd of gewaarborgd door de medecontractant.

Het omgekeerde geldt ook: indien minder dan de helft van voormelde criteria voldaan zijn, geldt er een vermoeden van zelfstandigheid, dat echter ook door de overheid weerlegd kan worden.
Het betreft de Wet van 25 augustus 2012 tot wijziging van Titel XIII van de programmawet (I) van 27 december 2006, wat de aard van de arbeidsrelaties betreft (BS 11 september 2012, www.staatsblad.be).

Schijnzelfstandigheid aangepakt

Frederic Leleux

Advocaat – master in het ondernemingsrecht – curator

Inbreng in geld, natura en nijverheid: wat is mogelijk en wanneer?

In verschillende fases van het leven van een onderneming kan er een inbreng gedaan worden. Denk aan de oprichting, kapitaalverhoging of wanneer er een nieuwe vennoot toetreedt. In eerste instantie denkt men aan een inbreng in geld, maar dit kan...

De impact van een aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie op schuldeisers.

Wanneer een onderneming zich in financiële moeilijkheden bevindt, kan zij een procedure opstarten tot gerechtelijke reorganisatie. Een gevolg hiervan is dat er een zogenaamd ‘moratorium’ in werking treedt. Dit betekent dat schuldeisers gedurende een bepaalde periode geen invorderingsmaatregelen kunnen nemen....

De alarmbelprocedure: wanneer gaan de bellen rinkelen?

Als ondernemer kunt u te maken krijgen met financiële moeilijkheden. Tijdig ingrijpen is cruciaal om de situatie onder controle te krijgen en om ongewenste gevolgen te beperken. De alarmbelprocedure verplicht de bestuurders om actie te ondernemen bij ernstige verliezen om...